Deze recensie van ‘Over de lente en de eenzaamheid’ stond dit weekend in Trouw. 

Door Andrea Bosman

De bloemrijke Berlijnse rechtbankverslagen van journalist en schrijver Gabriele Tergit bieden, ook aan de rand van het zwembad, een prachtig venster op de tijdgeest.

Je zou denken dat een bundeling rechtbankverslagen geen ideaal leesvoer is om in de vakantiekoffer te stoppen, maar de stukken die de Duits-Joodse schrijver en journalist Gabriele Tergit vanaf midden jaren twintig schreef voor het Berliner Tageblatt zijn op allerlei manieren zo onderhoudend dat je ze – ik spreek uit recente ervaring – heel goed aan de rand van een zwembad kunt lezen. Onder de titel Over de lente en de eenzaamheid zijn ze vorig jaar in vertaling uitgebracht door uitgeverij Van Maaskant Haun.

Het is heerlijk dat haar oeuvre, dat in Duitsland de afgelopen jaren opnieuw is uitgegeven, nu ook zo snel in Nederland beschikbaar is. Twee jaar geleden al konden we kennismaken met de monumentale, ruim 900 pagina’s dikke roman De Effingers, een lang vergeten werk waarin Tergit aan de hand van haar eigen familiegeschiedenis drie geassimileerde Joodse families in Berlijn beschrijft, tot en met 1942. Tergit, pseudoniem van Elise Hirschmann, vluchtte begin jaren dertig na een inval door de SA in haar Berlijnse woning via Praag naar Palestina en van daaruit naar Londen.

Berlijn, waar van alles al onderhuids aan het broeien was

In deze bundel maken we kennis met haar journalistieke werk, op feuilletonachtige wijze geschreven verslagen vanuit de rechtbank over kleinere en grotere criminaliteit van alledag, van huwelijkszwendel, meineed, huiselijk geweld en illegale abortus tot winkeldiefstal, ongelukken, drugs, armoede, brandstichting en verzekeringsfraude. Zaken die van alle tijden zijn. Maar die ook een – verschuivend – tijdsbeeld laten zien van die groeiende metropool Berlijn en van de Weimarrepubliek, die in die jaren zo bruiste en kolkte maar waar ook armoede heerste en van alles al onderhuids aan het broeien was, ook het politieke geweld.

En de drugshandel. Neem dit verslag uit 1925 over 22 cocaïnedealers die voor de rechter staan: ‘Op de hoeken van de Nürnberger en de Tauentzienstrasse, op de hoek van de Bessel- en de Charlottenstrasse stonden ze, staan ze, en ze fluisteren: cocaïne, dansen, sigaretten, speelhuizen. De oorlog is voorbij, de honger trekt, zwakker geworden, door de wijken waar bejaarden wonen, maar de pest zwaait nog de gesel met zeven strengen.’ Waarop een uiteenzetting volgt hoe cocaïne, dat in de oorlog als tegengif tegen morfine werd gebruikt, vanaf 1918 vanuit legervoorraden voor een ‘habbekrats’ werd verkocht en zo als ‘gif’ bij het volk belandde, ‘dat uitgehongerd, ontredderd, ontworteld was, lichamelijk en geestelijk ziek, duizendvoudig ontvankelijk om narcotica tot zich te nemen.’

Rechtbankverslagen vielen in die tijd trouwens in de smaak bij het publiek volgens Nicole Henneberg, die de uitgave bezorgde en het voorwoord schreef. Als verstrooiing, maar ook uit een behoefte aan politieke identificatie en oriëntering. In die jaren ook waren het straf- en burgerrecht aan modernisering toe, zoals het scheidingsrecht en de abortusparagraaf. De meeste rechters hadden geen trek in die debatten, ze waren nog gevormd in de keizertijd en waren afkerig van de republiek. En dus waaide door de rechtszalen nog de geest van het Pruissische keizerrijk: ‘de rechter verhoudt zich tot de verdachte zoals de officier tot zijn ondergeschikte’. 

Intrigerend venster op een tijdsgewricht:

Uit de beschrijvingen van Tergit blijkt ook dat ze niet geheel waardenvrij kijkt, zoals ze het heeft over ‘een stel, hier het licht in geworpen vanuit de onguurste diepte; een blonde, bleke, magere heel jonge knaap, volledig in een soort sjofel zwart gekleed (..) en een wicht met een bleekblauwe zijden jurk tot vlak boven haar knieën, roze kousen, zwarte lakschoenen en een grof gezicht onder een schelblauwe fluwelen hoed.’

In de optelsom van al die kleine geschiedenissen ontstaat in Over de lente en de eenzaamheid een intrigerend venster op een tijdsgewricht, gedestilleerd uit op het oog onbeduidende, alledaagse verhalen, omdat je ‘alleen uit duizend details’ een sfeer kunt verklaren, zoals Tergit zelf in haar memoires schreef. 

Gabriele Tergit

Over de lente en de eenzaamheid

Vertaling: Jan Bert Kanon, Kris Lauwerys, Isabelle Schoepen

Van Maaskant Haun; 320 blz. €24,99

Share:

More Posts

Interview met Lucy Caldwell

In VPRO-gids nr. 40 stond een mooi interview dat Katja de Bruin had met Lucy Caldwell over haar boek ‘Deze dagen’.

Join our newsletter