Terug naar Mokum

12,50

Terug naar Mokum is een bewerking van een deel van de memoires van twee Amsterdamse broers, Henk en Wim Gemert. Henk (1896), groeit op in Mokum en gaat al op jonge leeftijd varen bij de koopvaardij.
Wim (1904), woont van zijn negende tot zijn zestiende in Frederiksoord waar zijn moeder, die inmiddels weduwe is, pensionhoudster wordt. Terwijl Henk op zee zit, voltrekt zich een tragedie in dat Drentse boerenland, wanneer hun broer Gerard een ongeluk krijgt en invalide wordt.

GEMERT, META

Voordat Meta Gemert zelfstandig vertaler (vooral uit het Engels) en uitgever werd, werkte zij voor verschillende bedrijven en organisaties in Londen (Ontario, Canada), Leiden, Groningen, Londen (Engeland), Den Haag en Amsterdam. Zij had de ambitie om al heel vroeg met pensioen te gaan, zo rond haar veertigste, maar telkens kwam er iets tussen, voornamelijk geldgebrek. In 2017 richtte ze uitgeverij Van Maaskant Haun op en toen besefte ze dat ze nog lang niet met pensioen zou gaan, want het uitgeven van mooie boeken is het leukste dat er is.

1 beoordeling voor Terug naar Mokum

  1. Marjon Nooij

    Meta Gemert – Terug naar Mokum. Herinneringen van Henk en Wim Gemert 1896-1926

    Recensie door Marjon Nooij
    Uitgeverij Van Maaskant Haun

    ‘I am he as you are he as you are me and we are all together’
    -Uit: ‘I am the Walrus’ (Magical Mystery Tour), John Lennon, 1967

    Met Terug naar Mokum heeft Meta Gemert (Leiden, 1951) – historicus, auteur en uitgever bij Uitgeverij Van Maaskant Haun – een bijzonder fascinerend stuk familiegeschiedenis tot leven gebracht.

    Al jong wist Gemert dat de broers Henk (1896-1979) en Wim Gemert (1904-1977, haar vader) bezig waren met het schrijven van hun memoires, maar pas lange tijd na het overlijden van de broers werd haar interesse gewekt en las ze het nagelaten manuscript, met als titel Tempo Doeloe*.
    Zo’n 170 A4-tjes getuigen van hun turbulente levens en Gemert had een behoorlijke kluif aan het lezen ervan, omdat het niet altijd coherent geschreven bleek. Maar na herlezing van het pak papier kwam het idee bovendrijven om het te bewerken tot het boek dat ik
    met zoveel plezier heb gelezen.

    Daar Henk zijn hele leven heeft beschreven en Wim op zijn zesentwintigste was gestopt met schrijven, beslaat Terug naar Mokum de periode van pakweg 1896 tot 1920. De uiteindelijke vorm van het boek is niet chronologisch, maar circulair, zodat het verhaal eindigt waar het is begonnen. De slang bijt zich in de staart en puzzelstukjes vallen naadloos op hun plaats.

    De grote charme van dit boek is de klare taal die functioneel wordt gebruikt. Je hoort de jonge mannen daardoor hun verhaal vertellen, verhalen die je doen lachen om de strapatsen die ze uit hebben gehaald. Maar ook verhalen die een glimlach ontlokken, omdat het jongens waren die hun warme hart op de juiste plaats droegen.

    Wanneer Wim in 1920 zestien jaar oud is, is het zeven jaar geleden dat het vaderloze gezin vanuit Amsterdam is verhuisd naar Drenthe, waar zijn moeder een pension in Frederiksoord bestiert en met strikte hand de kostgangers in het gareel houdt. De verhuizing van het stadsjongetje naar het platteland zorgt voor bittere herinneringen. Hij had er een moeilijke start.

    ‘(Naar school) was een wandeling van twintig minuten. Op de eerste schooldag liep na vijf minuten al de hele school achter hem aan. Ze jouwden hem uit […] Voordat hij bij school aankwam, was hij door de menigte als boksbal gebruikt. […] Achteraf was het een beetje dom geweest van moeder om hem zulke stadse kleding aan te trekken. […] De lokale jongens droegen manchesterbroeken tot ver over de knie, een boerenkiel, zwarte gebreide kousen en klompen en ze hadden een boerenpetje op hun hoofd.’

    Als na een ziekbed van drie jaar zijn oudere broer Gerard overlijdt – Wim heeft gedurende die periode een groot deel van de zorg over moeten nemen – laat zijn dood een groot gat achter en besluit Wim naar Amsterdam terug te gaan om daar werk te zoeken. Tijdelijk trekt hij in bij zijn oudere zus Martha en hoewel het vinden van werk zo snel na het einde van de Eerste Wereldoorlog lastig blijkt, mag hij examen doen bij de marine, wordt daar aangenomen als leerling-monteur en, inmiddels zeventien jaar oud, tekent hij voor twaalf jaar en treedt in de voetsporen van zijn overleden vader. In november 1925 vaart Wim voor de eerste keer het zeegat uit, maakt snel promotie en vele reizen zullen volgen.

    Voor zijn broer Henk wil het vinden van werk niet zo vlotten. Bij de marine is hij eerder afgekeurd, maar ook zijn eigen wangedrag in eerdere werkkringen heeft zijn sporen nagelaten. Hij besluit om zijn geluk te beproeven bij de koopvaardij. Deze bedrijfstak heeft flinke klappen opgelopen door de oorlog, waardoor er weinig vacatures zijn, maar wanneer hij het geluk aan zijn kant heeft en een baan vindt, ontpopt Henk zich tot een gedisciplineerde en harde werker. Met de SS Vondel vaart hij in 1911 – het jaar dat zijn vader overlijdt – het ruime sop tegemoet, op weg naar Indië. Hij heeft het hart op de juiste plaats, maar het blijft een baldadige knul die velen het hoofd laat schudden.

    ‘Moeder was (vroeger tt) af en toe ten einde raad, want ondanks alle disciplinaire maatregelen was dit joch niet in het gareel te houden.
    Hij had een prachtig pak gekregen en nieuwe schoenen. De eerste zondag ging hij er parmantig mee de straat op. Maar o, de aantrekkingskracht van het water. Aan de Van Lennepkade lagen altijd tjalken waar je zo makkelijk op en af kon springen. […] Hij wipte van de ene boot op de andere en terug. Plotseling struikelde hij over een losgeraakte veter en dook voorover de plomp in. Alleen zijn voeten staken nog boven het water uit.’

    Ook voor Henk volgen er vele reizen over de zeeën van de aardkloot. Het zijn turbulente tijden. De eerste keer dat hij de evenaar passeert, krijgt hij een behoorlijk heftige ontgroening met blijvende gevolgen. Onderweg loopt hij malaria op en hij ontduikt de plicht om het leger in te gaan. Bij wijze van detentie mag hij voor zes jaar tekenen bij de marine.

    Het ongeluk van Gerard, die halsstarrig blijft weigeren om naar de dokter te gaan, met uiteindelijk als gevolg dat hij drie jaar lang op bed verpleegd moet worden en ten langen leste sterft, drukt een grote stempel op het gezin en aan het avontuur op het Drentse platteland komt een einde. De heimwee overwint.

    Een grote buiging voor Meta Gemert die van een dikke bundel aantekeningen dit boeiende en beeldende boek heeft geschreven. De tijd waarin de gebeurtenissen zich afspelen en de mores die destijds gebruikelijk was, zijn magnifiek beschreven en daardoor een heel aangename leesbeleving. Van toegevoegde waarde zijn de vele foto’s die in het boek zijn opgenomen.

    Een kostelijke literaire bewerking van de memoires van twee broers die zoveel hebben beleefd en zoveel prachtige verhalen hebben vastgelegd. Meeslepende verhalen die de lezer bij de hand nemen terug in de tijd, naar Nederlands Indië, Amerika, Afrika en….
    Mokum aan het begin van de twintigste eeuw.

    *Tempo Doeloe; Maleis voor ‘de oude tijd’

    Titel: Terug naar Mokum
    Ondertitel: Herinneringen van Henk en Wim Gemert 1896-1926
    Auteur: Meta Gemert
    Pagina’s: 240
    Illustraties: Zwart-wit foto’s
    ISBN: 9789081786102
    Uitgeverij Van Maaskant Haun
    Verschenen: november 2011

Een beoordeling toevoegen