Recensie ‘De Effingers’ Volkskrant

https://www.volkskrant.nl/cs-b9af1d07

Op 24/25 april verscheen de recensie van Emilia Menkveld over De Effingers in de Volkskrant. Het boek kreeg vier sterren. ****

Klik op de link of lees hieronder:

In 1865 neemt de Duits-Joodse bankier Emmanuel Oppner zijn bruid Selma mee naar Parijs. Na een bezoek aan het Louvre, de Tuilerieën en de Notre-Dame valt zij plotseling flauw en belandt in het ziekenhuis. Wat blijkt: de jonge vrouw had in het bijzijn van een heer, al was die nu haar echtgenoot, geen toilet durven bezoeken. Als Emmanuel van de dokter verneemt wat er is gebeurd, kan hij alleen maar verrukt zijn over zo veel onschuld en fijngevoeligheid.Een terloopse anekdote, aan het eind van een hoofdstuk over heel iets anders. Meer heeft journalist en schrijver Gabriele Tergit (1894-1982) niet nodig om personages, een milieu, een tijdgeest te schetsen. Dat doet ze in haar debuut uit 1931, de satirische roman Käsebier verovert de Kurfürstendamm (vorig jaar in het Nederlands verschenen), en dat doet ze ook in de familiekroniek De Effingers(1951), die zij beschouwde als ‘veruit mijn belangrijkste boek’.

In ruim zevenhonderd pagina’s volgt Tergit drie Duits-Joodse families over vier generaties, van de tijd van Bismarck tot aan de Tweede Wereldoorlog. Het is onmogelijk niet te denken aan die andere grote Duitse familiekroniek, De Buddenbrooks (1901) van Thomas Mann, over het verval van een Lübecks koopmansgeslacht. Maar behalve dat het hier gaat om Joodse families, wier ondergang zich zoveel abrupter en gruwelijker voltrekt, is het vooral de filmische verteltrant, met veel snelle scènetjes en dialogen, die De Effingers zo’n ander karakter geeft dan Manns contemplatieve, uitgesponnen proza.

Het begint allemaal vrij traditioneel. Paul Effinger, de zoon van een horlogemaker uit het fictieve Zuid-Duitse Kragsheim, komt naar Berlijn om een schroevenfabriek op te zetten. Hij trouwt met een dochter uit het eerdergenoemde bankiersgeslacht, zijn broer en compagnon Karl doet hetzelfde. De Duitse burgerlijkheid walmt van de pagina’s; Tergit besteedt pagina’s aan het beschrijven van de donkere, rijk versierde interieurs, de luxueuze kleding, de familiediners met damasten tafellakens en tinkelend kristal, waar elke roddel breed wordt uitgemeten (‘De oude Friedhof heeft toch al jaren een verhouding?’ ‘Je meent het!’).

Tijden veranderen, schroeven worden auto’s. In hoog tempo schakelt Tergit tussen personages en maakt grote, soms curieuze sprongen. Toch verliest ze geen moment de aandacht – juist die grilligheid houdt de spanning erin.

Als de nieuwe generatie zich aandient, blijken vooral de meisjes vooruitstrevend. Tergit aarzelt niet het contrast met hun moeders te benadrukken. ‘De eerste moeilijkheden die Annette in haar leven kreeg, kwamen door haar dochtertje Marianne. Ze weigerde op dansles te gaan of een elegante jurk aan te trekken.’ Om door te gaan over Mariannes hulp aan Joodse vluchtelingen uit Rusland, waar een bloederige pogrom heeft plaatsgevonden. Later verdiept het meisje zich in het feminisme en het zionisme – tot afkeer van de oude oom Waldemar, een van de boeiendste personages. De jurist mag geen hoogleraar worden, omdat hij weigert zich te laten dopen, maar de Heimat zou hij nooit verlaten.

Zelf kon de auteur niet anders. De Effingers kwam grotendeels in ballingschap tot stand, nadat Tergit haar geliefde Berlijn in 1933 had moeten ontvluchten. De verdwenen wereld die ze terughaalt, was ook haar wereld: Gabriele Tergit (geboren als Elise Hirschmann) was de dochter van autofabrikant Siegfried Hirschmann, een concurrent van Carl Benz. Na de oorlog schreef ze een collega-journalist: ‘Wat ik graag wil, is dat iedere Duitse Jood zegt: ja, zo waren we, zo leefden we tussen 1878 en 1939, en dat ze het hun kinderen geven met de woorden: dan weten jullie hoe het was.’ En nu weten wij dat ook.

Recensie ‘De Effingers’ Volkskrant

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schuiven naar boven